Hoofdpagina

Uit Bibliotheca Enchusana
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Algemeen.

  • Enkhuizen wordt voor het eerst vermeld, als Enkus, in een akte uit 12 juni 1283 over de beroving van twee Engelse kooplieden. De plaatsnaam werd op vele manieren geschreven. In een baljuwsrekening uit 1311 bijvoorbeeld als ( Enchusen ). In dit document komen onder meer de namen voor van de oudste misdadigers van het dorp.
De vlag van Enkhuizen
  • De vlag van Enkhuizen heeft tegenwoordig dertien even hoge banen van rood en geel, met in de broektop, ter hoogte van vijf banen, een wit vierkant waar het stads wapenschild op staat. Hoewel deze vlag pas officieel werd ingesteld bij gemeenteraadsbesluit van 8 augustus 1949 is ze al zeer oud. De vlag word op twee data uitgestoken te weten 21 mei bij Enkhuizen voor de Prins en op Harddraverijdag te weten de 3e donderdag in september.

De Stadsrechten van 27 Januari 1356

  • Hertog Willem van Beyeren schenkt zijn goeden luiden van Enchusen en Gommerskerspel, dezelfde vrijheid en hetzelfde poortrecht onder den naam van Enchusen. Ghescreven in onse stede van Dordrecht des woensdaghes na Sinte Pouwelsdach conversie in 't jaer ons Heren dusent drie hondert vive ende vijftich ( 1355 ) . Sinte Pouwelsdach heeft betrekking op de viering van de bekering van de apostel Paulus , die dag heeft als vaste datum 25 januari. In het jaar 1355 viel de nieuwjaarsdag op 24 april vanwege de Juliaanse kalender ook wel de Paasstijl genoemd , het jaar begon op 1e Paasdag en liep tot de volgende Paas . Januari van dat jaar zou als we met de huidige kalender zouden rekenen in 1356 vallen. Als we vervolgens naar 25 januari 1356 - Sinte Pouwelsdach kijken dan valt die dag op een Maandag en is de Woensdag daarna de 27e januari.
  • Te Dordrecht, Woensdag na St. Pouwels conversio ( 27 Januari ) 1355. Een privilegie gegeven bij Grave Willem van Beieren, waerbij aen de stadt Enckhuysen gegundt ende gegeven worden al sulcke vrijheden als die van Medemblick hebben.


Stadsuitleg

Jacob van Deventer 1558 - 1560
  • 15 september 1590 : Alzoo hoognodich is dat de stede vergroot wert volgens het project bi Mr. Adriaen Lantmeter gemaeckt en dat tot kennisse van Burgermeesteren gecomen is dat eenige alreede hen vervorderen hare landen in t selve project geleegen te vercopen en oock timmeragien te stellen t welcke hier nae tot groote nadeel deser stede ende vergrootinge vandien zal strecken is hierome en ome hier inne bij tijde te voorsien bij de Vroetschap en Capiteijne voors. geresolveert dat men terstont palen sullen slaen volgens het voors. project en dat men daer nae terstont publicatie doe dat nijemant hen is vervordere eenigh lant binnen de selve palen gelegen te coopen nochte eenige timmeragie daer op te stellen op pene dat daer nae bij Scepenen geen acht genomen zal werden opte prijs van d selve vercoste erfe nochte timmeragie dan dat die nijet meer als nae de weerd en nae buer lande getaxeert sullen werden zal oock nijemant binnen de 60 roede buijten de palen van gelijcke mogen timmeren
Is het waar, dat de beoefening der Geschiedenis in het algemeen eene veelzijdig nuttige strekking heeft, niet minder waar is het, dat zulks ook het geval is bij de beoefening van dat gedeelte der Historie, dat in het bijzonder betrekking heeft op de plaats onzer inwoning ! En buitendien, wat is ook natuurlijker, dan dat men bekend tracht te worden met (gelijk Helmers zingt) :
De plek waar onze wieg op stond, Waar eens ons graf zal staan.
Dan, over het algemeen, faalt het velen aan die kennis. De ondervinding bevestigd dit. De oorzaken van dien mangel aan geschiedkundige kennis zijn verschillend: bij den één is het gebrek aan gelegenheid en tijd, bij den ander geldelijk bezwaar, enz.
Het is daarom dat wij ons bevlijtigd hebben om door de zamenstelling van dit werkje in eene, onzes bedunkens, werkelijk bestaande behoefte te voorzien, ten einde op eene, zooveel mogelijk beknopte wijze, de bewoners dezer Provincie in het algemeen, en die der Stad Enkhuizen in het bijzonder, in de gelegenheid te stellen om, tegen eene geringe geldelijke opoffering, zich althans eenigermate, bekend te kunnen maken met eene Stad, waaraan zoo vele belangrijke geschiedkundige herinneringen verbonden zijn.
Mogt het werkje vele lezers vinden, en iets bijdragen tot de bevordering van meer algemeene geschiedkundige kennis van dien merkwaardigen plek van Neerland's Rijksgebied, waarop Enkhuizen is gegrondvest.
Met bescheidenheid bevelen wij ook deze onzer letteroefeningen aan !
F.Allan 14 Augustus 1856.

Bronnen, noten en/of referenties