Instructie voor den Officier - 25 mei 1671

Uit Bibliotheca Enchusana
Ga naar: navigatie, zoeken
  1. Den Officier alvooren geadmitteert sal werden in sijne functie sal in handen van Heeren Burgermeesteren doen den formelen eedt, dat in alle delen en poincten sal achter volgen en naarcomen dese sijne instructie en den naarvolgende articulen van dien.
  2. Dat met de pausgesinden geene heijmelijcke compositien sal aangaan ofte doen aangaan ofte iets van de selve genieten anders als bij publijcke bekeuringe, het sij dan bij vereringe ofte op hoedanigen maniere het soude mogen werden uijtgevonden directelijck noch indirectelijck.
  3. Dat volgens resolutie van Heeren Burgermeesteren en Vroetschappen genomen den 20 sten december 1668 getrouwelijck aan de banck van Burgermeesteren voorst. sal doen pertinente Reeckeninge van alle boeten en breucken bij hem ontfangen waar in den armen eenich part ofte deel is competerende.
  4. Dat met alle vlijt en soo spoedich mogelijck sal sijn aanhanden van de selve Heeren Burgemeesteren sal overbrengen het beloop van de voorst. Reeckeninge, als mede der armen een paart in de som. die den officier bij de stemminge van de pausgesinden soude mogen hebben ontfangen.
  5. Dat geene afmaackinge met de pausgesinden sal mogen doen ten sij neffens de in prasentie van dien Heeren Burgemeesteren die de verstoringe bijgewoont heeft.
  6. Dat aan den substituijt pracise en oprechtelijck sal laaten genieten en passeren, het effect en inhouden van sijne instructie.
  7. Dat tot dien eijnde maandelijcks aan de selve sal leveren suffisente reeckeninge van 't geene waar in de selve sijn portie competeert en effectieve betalinge daar van doen.
  8. Dat iets hebbende te remonstreren aan de Heeren Burgemeesteren hem behoorlijck sal moeten laaten aandienen en niet anders dan naar bekomen consent binne te sullen staan.
  9. Sal oock niet mogen buijten de stadt vernachten dan naar voorgaande consent van Heeren Burgemeesteren ofte bij eenich extraordinair voorval daar van bij sijn wedercomste remissie sal hebben te geven aan Heeren Burgemeesteren.
  10. Den officier sal jaarlijcks van de Heeren Penningmeesteren van de Groote Visscherij betalen de intressen van 't capitaal aldaar ten laste van 't Schoutampt getrocken, voor soo veel van tijt tot tijt daar van noch onbetaalt sal wesen tegens de op den selven cours als de stadt haars intressen voldoet mits sijn E. een derde van dien goedt gedaan werde van den substituijt.
  11. Sal insgelijcks verbonden sijn naar te comen te achtervolgen de maintineren de bevelen van de Heeren Burgemeestreren gelijck oock de resolutien van Burgemeesteren en Vroetschappen ten regarde van 't Schoutampt genomen,

Eedt

Ick sweere en belove, wanneer de commissie van het schoutampt op mij geconserent sal sijn, dat ick de articulen hier vorenstaande en mij voorgelesen exactelijck en in allen delen sal na comen en achtervolgen soo waarlijck moet mij godt almachtich helpen, Den bovenstaande Eedt gedaan bij den Heer Mr. Cornelis Huijgh oudt Commissaris den 26en maij 1671.